Familie Simon den Hartog

Simon den Hartog, geboren 19 juni 1869 te Sliedrecht
Mietje den Hartog – den Hartog, geboren 18 april 1870 te Ridderkerk
Hendrijntje den Hartog, geboren 26 mei 1901 te Sliedrecht
Betje Kleinkramer–den Hartog, geboren 27 juli 1867 te Sliedrecht
Sophia den Hartog, geboren 15 oktober 1881 te Barendrecht

Simon (73), Mietje (72), hun dochter Hendrijntje (41) en de familieleden Betje (75) en Sophia (61) zijn allemaal op 3 december 1942 omgebracht in Auschwitz.

Adres: A664 (thans: Rivierdijk 414)

 

Als we het over Simon den Hartog hebben, dan hebben we het eigenlijk over de bekendste Joodse inwoner van ons dorp: Hartog de Jood. Zo stond hij in Sliedrecht bekend. De toevoeging “De Jood” was niet als scheldwoord bedoeld. Hij zou zo zijn genoemd omdat er in Sliedrecht meerdere families “Hartog” en “Den Hartog” woonden, die geen Joodse achtergrond hadden.

Simon (of Siem, zoals hij werd genoemd) is geboren en getogen in Sliedrecht. De ouders van Simon vestigen zich na hun huwelijk in ons dorp en betrekken de woning B 495. Dat is nu de omgeving van Today Jeans & Fashion in de Kerkbuurt (nr. 112). Op 24 mei 1895 trouwt Simon in Ridderkerk met zijn achternicht Mietje den Hartog. Ze gaan wonen in de stoep bij lorrenboer Jan Broere en beginnen daar een manufacturenwinkeltje. Omdat het gezin en ook de handel groeien, verhuizen ze in 1910 naar A 664 (nu Rivierdijk 414).

Simon en Mietje krijgen zes kinderen (vier dochters en twee zoons): Hartog (1896), Simon (1897), Sara (1899), Hendrijntje (1901), Elizabeth (1903) en Rozetta (1912). Zoon Simon overlijdt op 21-jarige leeftijd; Hartog blijft na zijn huwelijk in Sliedrecht wonen (zie elders op deze site: familie Hartog den Hartog). Ook Sara en Elizabeth trouwen en verhuizen beiden naar Rotterdam. Rozetta verhuist eveneens naar de havenstad. Alleen Hendrijntje (ook wel ‘Heintje’ of kortweg ‘Hein’ genoemd) blijft thuis wonen.

Het pand waar de familie woont, is groot genoeg om nog enkele familieleden te herbergen. Zo komt Betje, de oudere zus van Simon, na het overlijden van haar man terug naar Sliedrecht en krijgt ook nichtje Sophia (dochter van een oom van Simon) er onderdak.

Simon is op allerlei gebied actief in Sliedrecht. Hij wordt bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1923 met voorkeurstemmen voor de Vrijheidsbond (een liberale groepering) in de raad gekozen. Hij treedt dan min of meer in de voetsporen van zijn broer Hartog, die van 1905 tot 1923 eveneens voor de liberalen lid van de Sliedrechtse raad was. Vooraf aan de verkiezingen van 1927 raakt Simon in onmin met zijn liberale vrienden en besluit met een eigen lijst mee te gaan doen. Met die eigen lijst (Sliedrechts Belang) lukt het hem zowel bij de verkiezingen van 1927 als die van vier jaar later één zetel te behalen. In 1935 houdt hij de plaatselijke politiek voor gezien. Simon is in die tijd ook voorzitter van de Sliedrechtse Middenstandsvereniging, voorzitter van de vereniging “Volksonderwijs”, bestuurslid van de Oranjevereniging en lid van de Vrijwillige Brandweer.

Na de Kristallnacht (van 9 op 10 november 1938) spreken de Duitse Nazi’s onomwonden over de door hen gewenste oplossing van het ‘Joodse probleem’. Een oplossing, die – in de woorden van Göring -, snel en definitief moet zijn. Zoals zoveel Joodse Nederlanders ziet Simon hierin nog weinig gevaar. En zelfs als in Nederland na de inval van de Duitsers allerlei voor Joden beperkende maatregelen worden genomen, is onderduiken voor Simon geen optie. Wel geeft hij zijn overbuurman wijnhandelaar Gerrit Netten een fikse hoeveelheid geld om eventueel ondergedoken familieleden te helpen voorzien in hun levensonderhoud.

Van de mogelijkheid onder te duiken, maakt alleen dochter Rozetta (Ro) gebruik. Zij is dan ook de enige van de kinderen, aangetrouwde kinderen en kleinkinderen van Simon die de oorlog zal overleven. In november 1945 heropent Ro de winkel van haar vader, emigreert in 1962 naar Israël en overlijdt daar in de stad Herzliya op 12 september 1998.

Simon wordt met zijn familie, huisgenoten en het gezin van zijn zoon Hartog op 17 november 1942 door twee Nederlandse inspecteurs van de SD bij het Sliedrechtse politiebureau afgeleverd. Van daaruit worden ze op transport gesteld naar Amsterdam. Het verhaal gaat dat het verlaten van de woning door een groot aantal buurtbewoners is gadegeslagen, maar of Simon daarbij inderdaad afscheid nam met de woorden: “Tot ziens, dag Sliedrecht” hebben we niet kunnen achterhalen.

Op 18 november 1942 arriveren Simon, Mietje, Hendrijntje, Betje en Sophia in Westerbork. Van daar worden ze op 30 november gedeporteerd. Drie dagen later zijn ze allemaal in Auschwitz vergast.

Op vrijdagmiddag 27 april 2018 (Koningsdag) heeft Gunter Demnig om 13.00 uur bij het adres Rivierdijk 414 vijf Struikelstenen voor de familie Simon den Hartog gelegd. Burgemeester Van Hemmen hield een toespraak net als de Joodse Hariët Eissenmann-de Leeuw uit Israël. De witte rozen werden gelegd door kinderen van de Prins Willem Alexanderschool, Alex Visser namens PRO Sliedrecht en een afgevaardigde van het kerkbestuur.