Familie Kleinkramer

Salomon Kleinkramer, geboren 8 mei 1896 te Strijen
Sara Kleinkramer-den Hartog, geboren 18 juli 1899 te Sliedrecht
Simon Kleinkramer, geboren 7 januari 1926 te Rotterdam
Hartog Kleinkramer, geboren 5 februari 1930 te Rotterdam
Siegfried Kleinkramer, geboren 15 augustus 1931 te Rotterdam
Mietje Kleinkramer, geboren 30 september 1933 te Rotterdam

Moeder Sara (43) is met haar kinderen Hartog (12), Siegfried (11) en Mietje (8) in Auschwitz omgebracht op 14 september 1942.  Vader Salomon (46) en zoon Simon (17) worden op 31 maart 1943 omgebracht in Seibersdorf.

Adres: Merwesingel 88 (thans: Adriaan Volkersingel 22).

De familie Kleinkramer wordt 24 juni 1940 in Sliedrecht ingeschreven. Ze betrekken de woning Merwesingel 88 (nu Adriaan Volkersingel 22). Waarschijnlijk was dit huis op dat moment onbewoond – de vorige bewoner verhuisde in maart naar de Merwestraat – en is Salomon Kleinkramer er door zijn zwager, die enkele huizen verder woonde, op attent gemaakt.

De familie woonde tot dan in Rotterdam in de Roo Valkstraat. Aan de overkant van hun straat werden de huizen door de brand na het bombardement van 14 mei 1940 verwoest. Dat weinig aantrekkelijke straatbeeld, de aannemelijke schade aan hun woning, de rust van Sliedrecht en de aanwezigheid van familie vormen samen waarschijnlijk het motief hierheen te komen.

Maar ook de Sliedrechtse rust is betrekkelijk. En voor een aantal Joodse inwoners is 2 mei 1942 “de druppel”. De gemeente verstrekt dan namelijk aan de Duitsers een uitgebreide lijst met persoonsgegevens van Joodse inwoners. Voor vijf families is dat reden Sliedrecht te ontvluchten en onder te duiken.

Dat onderduiken is ook het idee van de familie Kleinkramer. Zoon Simon bereidt samen met zijn oom Jacques van Gelderen een onderduikvlucht voor. Dat leidt tot een grote mislukking. Ze worden gevangen genomen. Simon wordt na enkele dagen vrijgelaten, maar wel krijgt de hele familie huisarrest opgelegd. Dat maakt het de Duitsers op 4 september 1942 gemakkelijk. Iedereen is in het huis en dus hoeft er weinig moeite te worden gedaan ze allemaal tegelijk op te pakken.

Sliedrechtenaar Henk van Veen (geboren 24-4-1935) is van dat oppakken ooggetuige: “Ik woonde als kind met mijn ouders in de Trompstraat op nummer 28. In die tijd zag de buurt er anders uit dan nu. De huizen van de Hugo de Grootstraat waren nog niet gebouwd en ook aan de Singel was de boel tussen het huis met het rieten dak aan de Piet Heinstraat en het huis van de familie Kleinkramer nog kaal.

Dat hele gebied, we noemden dat ‘het Stort’, was voor ons een prachtig speelterrein. Als kinderen waren wij veel te vinden aan de rivier en in de loopgraven, die daar waren aangebracht. Op de dag dat de familie Kleinkramer werd opgepakt, waren we aan het spelen in de buurt van het huis van meneer Kraaijeveld (later heeft dokter Van Gangelen daar nog gewoond). Plotseling stopte er een kleine overkapte Duitse truck en stapten twee soldaten uit. Ik heb er een poosje staan kijken toen de familie naar de auto liep. Dat duurde niet zo lang, ik denk dat de handbagage al gereed heeft gestaan. Bij het instappen werden ze door de Duitsers geholpen. Dat gebeurde allemaal heel rustig zonder bevelen en zonder geschreeuw. Als jochie van 7 besef je niet wat en waarom het gebeurde. Maar tot op de dag van vandaag zie ik het voor me”.

Henk vertelt dat hij voor het eerst met het fenomeen ‘Struikelstenen’ in aanraking kwam in de Duitse stad Freiburg. Dat nu ook in Sliedrecht hieraan aandacht wordt besteed, doet hem veel. Het deed hem besluiten de steen van Mietje Kleinkramer te adopteren. Henk van Veen: “Mijn geboortejaar is 1935. En hoewel ze een jaar of zo ouder was dan ik, beschouw ik Mietje – uit dat gezin – als mijn leeftijdgenote.”

De zes struikelstenen voor de familie Kleinkramer zijn op maandag 6 februari 2017 door Gunter Demnig gelegd in de stoep van het adres Adriaan Volkersingel 22 te Sliedrecht.

Sara Kleinkramer met zoontje Hartog, omstreeks 1930 /1931.