Bertje Sanders (4)

Geboren: 14 februari 1939 te Amsterdam
Omgebracht: 10 september 1943 te Auschwitz

Onderduikadres in Sliedrecht: Hugo de Grootstraat 70

David en Clara Sanders laten begin 1942 hun drie kinderen (Eline, 12-12-1932; Marie Lena/Marleentje, 8-10-1934 en Elbert Daan/Bertje) onderduiken op twee verschillende adressen. Zelf weigeren ze te verdwijnen, ze gaan zonder ster op straat, met valse persoonsbewijzen.

Als David en Clara op 26 augustus 1943 worden gearresteerd probeert Jodenjager* Engelbert Kobus achter de adressen te komen waar hun kinderen ondergebracht zijn. Hij slaat vader David met een boksbeugel net zo lang en net zo hard tot die geen tand meer in zijn mond heeft. Als wordt gedreigd Clara op dezelfde wijze te mishandelen, geeft Sanders de adressen. Kobus gaat zelf naar Sliedrecht. Daar zitten de twee jongste kinderen, Marleentje en Bertje. Ze wonen sinds het voorjaar 1942 bij de familie Hollebrands in de Hugo de Grootstraat, die voor ze zorgt alsof het eigen kinderen zijn.

Al een dag na de arrestatie van David en Clara meldt Kobus zich bij de politie in Sliedrecht. Vergezeld door een van de agenten gaat hij naar de Hugo de Grootstraat. Als Kobus aanbelt, beweert mevrouw Hollebrands vruchteloos dat Marleen en Bertje logés zijn, kinderen van kennissen. Maar Kobus heeft de persoonsbewijzen van de ouders in zijn handen.

Na de oorlog zegt mevrouw Hollebrands tegen de politie:
‘We hadden de kleinen ruim een jaar in huis gehad en ik was zeer aan hen gehecht. Met grote angstogen stond Marleentje bij mij toen ik de koffer pakte en vroeg mij of die man een NSB’er was en of het waar was dat haar broertje en zij met die man mee moesten. Ik stelde haar gerust en zei dat zij naar hun ouders zouden worden gebracht. Mijn hart brak bij al die ellende, want ik begreep wat die kinderen te wachten stond.’

Ook Eline (Elly) ondergedoken bij een boer in Barchem (in de Achterhoek vlak bij de Duitse grens) wordt opgehaald. Joop Hollebrands, de Sliedrechtse “vader” van Marleen en Bertje, wordt zo woedend dat ze de twee kinderen bij zijn gezin hebben weggehaald, dat hij naar Amsterdam reist en probeert de Joodse familie te redden. Het lukt hem door te dringen tot de Hollandse Schouwburg, spreekt daar met de in elkaar geslagen David en bedenkt van alles om ze vrij te krijgen – tot omkoping aan toe. In de crèche ziet hij ook de drie kinderen, die inmiddels weer bij elkaar zijn: ‘De koffer met kleren van Marleentje en Bertje was reeds gestolen. Terwijl Bertje, die een zwakke gezondheid had, in ijlende koorts lag.’

Hollebrands doet zondag 5 september 1943 een uiterste poging en het lukt hem David en Clara heelhuids uit de Hollandse Schouwburg en twee van de drie kinderen uit de crèche te krijgen. Maar Eline blijft achter. Op hun opvangadres worden de vier binnen een paar uur alweer opgepakt en toen waren alle kansen verkeken. David, Clara, Elly, Marleentje en Bertje Sanders gaan direct op straftransport en worden op 10 september 1943 in Auschwitz vermoord. Marleentje en Bertje worden 8 en 4 jaar jong.

Voor dit verhaal hebben we gebruik gemaakt van het boek “De tragische ondergang van de familie Sanders” van Dick Verkijk.

Vanaf 1943 ontvingen medewerkers van de Sicherheitsdienst (SD) een premie voor elke Jood die zou worden opgepakt. In de grote steden kwamen ook enkele afdelingen van politie in aanmerking voor die beloning. In Amsterdam pakte de Colonne Henneicke tussen maart en september 1943 ruim 8.000 Joden op. Voor elke opgepakte Jood kregen de leden minimaal 7,50 gulden ‘kopgeld’. In de herfst van 1944 waren de premies opgelopen tot 40 gulden per Jood. Tijdens arrestaties en verhoren schuwden leden van de Colonne Heinecke geweld niet.

Op vrijdagmiddag 27 april 2018 (Koningsdag) heeft Gunter Demnig rond 14.00 uur bij het adres Hugo de Grootstraat 70 een Struikelsteen voor Bertje Sanders en zijn zusje Marleentje gelegd. Corrie Smaardijk-Hollebrands, die in de oorlog van dezelfde leeftijd was als Bertje en Marleentje, woonde samen met haar zoon Joop de ceremonie bij en zij hielden er een toespraak. Ook Dick Verkijk, auteur van het boek “De tragische ondergang van de familie Sanders” hield een toespraak. Jansje Stodel sloot de ceremonie met een dankwoord af.